Jan Coolen was als Broeder Penitent, tussen 1939 en 1949, enkele jaren werkzaam binnen Huize Assisië. Daarna treed hij uit en trouwt hij. Onderstaand een gedeelte uit zijn biografie.
Mijn schoonvader, Jan Coolen, heeft nooit veel over zijn jeugd verteld. Hij werd jong halfwees en werd direct na het overlijden van zijn moeder op 1 oktober 1922 bij zijn oom en tante – Janus en Kaat – in Gerwen geplaatst. Meerdere kinderen werden over de familie verspreid, een enkel bleef bij vader, Gijsbertus Coolen, in Stiphout wonen. Enkele jaren later komen de kinderen terug bij hun vader in Stiphout. Jans vader overlijdt in 1936 en het lijkt erop dat hij daarna wederom bij zijn oom en tante in Gerwen gaat wonen.
Jan Coolen wordt vervolgens in 1939 broeder bij de broeders Penitenten en woont tussen 1939 en 1949 afwisselend in Boekel – Huize Padua – Drunen, en Udenhout – Huize Assisië -. In 1949 treedt hij uit en eind 1951 trouwt hij met Miet Dijstelbloem. Hij woont dan weer in Gerwen op de Gerwenseweg 12, waar zijn pleegouders nog altijd wonen. Het jonge echtpaar krijgt een deel van de lange woning als woonruimte. Het zal ook de erfenis worden van zijn kinderloos gebleven pleegouders, “oom Janus” en “tante Kaat”. Helaas voor de jonggehuwden is dit een zaak van de lange adem want tante Kaat overlijdt pas in 1970.
De rest van het verhaal kunt u hier lezen.
Recente reacties